Mijn opa

Ik was het vergeten, maar mijn opa was een baas.

Als mijn oma de ontbijttafel had opgeruimd, legde mijn opa zijn gereedschap neer en haalde het motorblok uit zijn gele Opel-diesel om hem aldaar uit elkaar te halen en met zijn oliehanden richting aanrecht te verplaatsen als het avondeten werd opgediend. Zijn handen wassen deed hij niet, want die werden toch weer vies. Dus trok hij na het avondeten met zijn klushanden een emmer haring open om met koksprecisie eerst tachtig koppen en graten te verwijderen. Hij at er vervolgens direct een stuk of tien op, en ging dan over op hopjesvla. Na half tien was de televisie van hem, dan kwam er porno op de satelliet. Werken deed hij niet. Hij had ooit als muzikant op een boot gewerkt, waar hij ook nog een zwart baantje in de machinekamer had. Daar gebeurde er een of ander awesome ongeluk met zijn hand waardoor hij nooit meer piano kon spelen. Ja, dan houdt het op. Hij had ook iets aan zijn ogen, waardoor er middenin de kamer een voor die tijd fancyschmancy leescomputer stond die letters heel groot maakte. Heel groot. ECHT HEEL GROOT.

Toen ging mijn oma dood en hield het nogmaals op. Hij raakte bevriend met een junk en kwam zo in het wereldje van dealers. Lees: hij ging gebruiken én dealen op zijn zeventigste. Mijn oma werd vervangen door een heroïnekutje, die niet meer deed dan wat autistisch heen en weer bewegen. Ergens tussen een bezoekje aan de Crazy Piano-bar en een tripje naar de visafslag, moest de ambulance hem ophalen: hij had het aan zijn lever gekregen, was flauwgevallen en had aldus zijn auto tegen een boom gereden. In het ziekenhuis vertelden ze hem dat er infecties waren opgetreden die zo erg waren, dat ze een van zijn benen moesten amputeren (mensen, ik ben geen dokter, dus ik weet ook niet hoe het van je lever naar je benen trekt, maar het kan dus). De artsen amputeerden het verkeerde been, dus verliet hij het ziekenhuis met één kunstbeen en een scootmobiel (de beste man heeft nooit een zorgverzekering gehad, dus dat ene been en de scootmobiel waren een godsgave).

Het huis was zo’n troep geworden dat de woningbouw hem uitzette. Hij verloor zijn homies, omdat ze bij hem niet meer konden gebruiken. Hij verloor zijn inkomsten. Hij verloor zijn laatste stukje trots. En zo kwam de dag dat hij opstond – of njah, wakker werd, en besloot dat het best een goed plan was om de plaatselijke snackbar te beroven. Dus ging hij gewapend met een keukenmes in zijn scootmobiel naar het winkelcentrum en eiste al het geld van een of ander Rotterdams huppelkutje. De politie voelde medelijden en liet hem na een nachtje gaan. Best aardig.

Hij is nu twee jaar dood. Waaraan hij is gestorven weet niemand. Maar het zal me niets verbazen als dat ook een mooi verhaal is. God. Ik mis die man.

Advertisements
  1. Leave a comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: