Archive for December, 2010

Mijn Zusje

Je slaat klassen over, kunt memory spelen in het Engels en vast al tellen in het Spaans. Je bent mooi, altijd vrolijk en heerlijk hysterisch. Je hebt al het geluk van de wereld, de liefste ogen die me doorgronden en de grootste mond die ik kan hebben. Want je bent tegelijkertijd een etter. Je pest me, bent irritant en uitzonderlijk vermoeiend. Maar god wat houd ik van jou.

Ik kan niet omschrijven hoeveel ik om je geef. Mijn kippetje. Mijn kleine grote meis. Ik studeer om te werken om jou te geven. Ik wil je verwennen, het grootste geluk van de wereld geven om alle kansen voor je open te laten. Ik fiets dronken tegen palen, begin met roken en probeer alle shit te verwerken die ik tegenkom. Opdat ik jou op een dag mag zeggen wat je wel en niet kunt doen. Om me te ergeren aan je keuzes, je vriendjes af te keuren en je kleding te sexy te vinden. Zodat jij me kunt haten, me mag uitschelden om vervolgens van me te houden.

Want je bent het allerbelangrijkst. Zeven foto’s verspreid over mijn kamer mogen me terugbrengen naar de tijd dat ik je voorzichtig in bad deed, je urenlang door de kamer tilde tot je stil werd en wilde slapen, iets te hard met je stoeide tot mama door de kamer gilde dat er iemand zou gaan huilen. Naar de tijd dat ik ‘s morgens veel te vroeg naast je zat op de bank om ruzie te krijgen over welk tekenfilmpje we gingen kijken, wie waar mocht zitten en dat je een boterham moest eten. Naar de dagen dat je op je slijmgroene Ikea-kruk mij de les las dat het ‘nanoontje’ was, ik je zei dat die laatste hap er ook in moest en dat ik je beloofde samen naar die film te kijken. Ik je meenam naar de bios en uit eten, we samen uitbundig alle K3 liedjes meezongen en jij je afvroeg waarom ik haartjes op mijn borst had en jij niet. Dat je op mijn buik in slaap viel, tussen mijn benen op de bank eindelijk rustig werd en je op mijn hoofd door winkels wil lopen.

En nu? Je rijdt paard, je danst van jazz tot hiphop, hebt negenhonderd vriendinnetjes en bent het lievelingetje van iedereen die je tegenkomt. Ik weet dat je feestjes hebt, dat je rekenen kunt en dat je al wat namen kunt schrijven. Dat zie ik op tekeningen of hoor ik van mama. Maar ik zie je te weinig. Zo nu en dan zoek ik jou op, of kom je naar mijn werk. Dan zijn de eerste minuten onwennig, knuffelen we veel te hard en moet ik drie keer vragen om een goede kus. Een natte, zoals alleen jij die kunt geven, met je kleine armpjes om mijn nek en de benen om mijn middel die me samenknijpen. Je wordt lang en zwaar, groeit en bent nu een echte meid. Bellen doe je niet. Dat weiger je. Toch kan ik huilen als ik weet dat je tegen iedereen die het wil horen over mij praat. Dat je dan zegt dat ik je grote broer ben en dat je ruzie maakt met hen die zeggen dat ik niet van jou ben. Want ik ben van jou en niemand die daar tussenkomt.

Alleen ik. Ik doe te weinig voor je, ben er niet vaak genoeg bij en ben afwezig op belangrijke momenten in je leven. Maar dan, ik ben je grote broer en jij mijn kleine zusje. Het hoort vast zo; als ik er niet ben, heb je altijd mama en oma nog. Maar dan, door alle momenten uit jouw baby- en peuterjaartjes, de dagen dat ik voor je zorgde als mama druk werkte of haar welverdiende rust pakte, die hebben ervoor gezorgd dat ik je koester op een manier die veel dieper gaat. Ik voel me verplicht te zorgen dat jou niets overkomt, ten koste van alles, ten koste van mezelf. Want god, wat houd ik van jou.

Je wordt morgen zes. Het cadeautje ligt klaar, net zoals laatst dat van de Sint, naast dat van de Kerstman. Maar die doen er niet toe. Wat belangrijk is, is de belofte die ik maak dat ik er voor je ben en je alle vrijheid en het leven garandeer. Niemand die daartussen zal staan. Mijn kleine kippetje. Mijn kleine grote meis. Mijn zusje. Mijn Cherryl, jouw Nicky.

Leave a comment

Nederlanders op een camping in Frankrijk

‘Schat, wat is postzegel in het Frans?’

– ‘Weet niet, probeer gewoon postzegel, ze verstaan je vast’.

‘Je voudrais un postzegel. Post-zegel? POST-ZEGEL? Godklere, die Fransen vertikken het ook om Engels te praten. Volgend jaar gaan we naar een camping in Duitsland, Jan, daar spreken ze iets dat tenminste nog een beetje op Nederlands lijkt’.

Leave a comment

%d bloggers like this: